Tweede pensioenpijler (aanvullend pensioen)

1. Algemeen

Met de eerste pensioenpijler wordt het wettelijk pensioen bedoeld. Het wettelijk pensioen wordt betaald door de overheid.
De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt op dit ogenblik 65 jaar en wordt in 2025 opgetrokken tot 66 jaar en in 2030 tot 67 jaar. Het bedrag van het wettelijk pensioen is afhankelijk van het loon, het statuut (loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar) en de beroepsloopbaan.

De tweede pensioenpijler is een aanvullend pensioen dat door de werkgever gefinancierd wordt, als aanvulling op het wettelijk pensioen.

2. Tweede pensioenpijler in de horeca

2.1. Algemeen

Vanaf 01.01.13 wordt voor de werknemers in de horeca in een aanvullend pensioen voorzien. Elke tewerkstelling in de horeca van vóór deze datum telt niet mee voor het sectoraal aanvullend pensioen.

De inrichter van dit sociaal1 sectoraal pensioenstelsel is het Fonds voor de tweede pijler voor de werknemers van het hotelbedrijf (hierna genoemd « Fonds Tweede Pijler PC302 »).

2.2. Welke werkgevers en werknemers vallen onder het sociaal sectoraal pensioenstelsel?

In principe worden alle werkgevers die onder het Paritair Comité 302 ressorteren automatisch aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel.

De volgende categorieën werknemers worden uitgesloten: gelegenheidswerknemers (ook extra’s genoemd), studenten, uitzendkrachten2 en leerlingen3. Werknemers kunnen ook uitgesloten zijn omwille van de reeds bestaande pensioentoezegging bij hun werkgever (zie verder, punt 2.4).

De andere werknemers zijn wel aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel, vanaf de eerste dag van tewerkstelling (vanaf 01.01.19).4 De aard van hun arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds, bepaalde of onbepaalde duur) speelt voor de aansluiting geen rol. De betrokken werknemers kunnen de aansluiting niet weigeren.

Vanaf wanneer heeft de aangeslotene verworven rechten ?

Voor aangeslotenen uit dienst getreden vóór 01.01.19 zijn de reserves die opgebouwd zijn op de individuele rekeningen verworven door de aangeslotene indien de aangeslotene gedurende minstens 220, niet noodzakelijk opeenvolgende, dagen over een periode van 12 opeenvolgende kwartalen heeft gewerkt.

Voor aangeslotenen in dienst op 31.12.18 die op dat ogenblik nog niet aan de voorwaarde vermeld in de vorige alinea voldoen wordt deze voorwaarde als vervuld beschouwd indien zij op 01.01.19 nog in dienst zijn.

Voor aangeslotenen in dienst getreden na 31.12.18 zijn de reserves die opgebouwd worden op de individuele rekeningen na 31.12.18 onmiddellijk verworven.

2.3. Welke bijdrage wordt voorzien in het sociaal sectoraal pensioenstelsel?

Vanaf 01.01.13 diende de werkgever 0,5 % op het bruto maandloon te betalen. Vanaf 01.01.15 werd deze bijdrage op 1 % gebracht. De bijdrage wordt automatisch geïnd met de RSZ-bijdragen.

2.4. Kan een werkgever ervoor opteren niet aan te sluiten bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel ?

Een werkgever kon onder bepaalde voorwaarden uiterlijk op 31.10.12 ervoor opteren niet aan te sluiten bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel (dus noch bij het pensioenluik, noch bij het solidariteitsluik).

2.5. Het beheer van de pensioentoezegging

De pensioentoezegging wordt beheerd door een pensioeninstelling. Als pensioeninstelling werd gekozen voor Integrale en AG Insurance.

2.6. Het beheer van de solidariteitstoezegging

De solidariteitstoezegging wordt beheerd door het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca (zie verder).

2.7. Wat betekent de pensioentoezegging concreet voor de aangesloten werknemers?

2.7.1. Principe

Onder punt 2.3 vermeldden we reeds dat vanaf 01.01.13 de werkgever 0,5% op het bruto maandloon diende te betalen (1% vanaf 01.01.15). Deze bijdragen worden voor iedere aangesloten werknemer op een individuele rekening gestort bij de pensioeninstelling en leveren intresten op tot op het moment van uitbetaling van het aanvullend pensioen. Op het opgebouwde kapitaal gebeuren diverse inhoudingen: het exacte percentage van de inhoudingen is afhankelijk van allerhande factoren, maar bij benadering mag de werknemer ervan uitgaan dat hij ongeveer 80% van het opgebouwde kapitaal overhoudt.

2.7.2. Wanneer gebeurt de uitbetaling van het aanvullend pensioen?

In principe kan de werknemer het bedrag van het aanvullend pensioen pas opvragen op de pensioenleeftijd, dit is eerste dag van de maand volgend op zijn 65ste verjaardag en voor zover hij effectief zijn wettelijk pensioen neemt.5

Wie met wettelijk pensioen gaat en nadien terug begint te werken in de horeca bouwt niet opnieuw een aanvullend pensioen op.6

We vestigen uw aandacht evenwel op de volgende situaties.

A. Vervroegde uitbetaling

De aangeslotene kan de vervroegde uitkering van de pensioenrechten ten vroegste vanaf de leeftijd van 60 bekomen en voor zover hij niet meer in dienst is bij een werkgever waarop het sectoraal sociaal pensioenstelsel van toepassing is, in de volgende omstandigheden:

- de aangeslotene neemt zijn vervroegd wettelijk pensioen

- de aangeslotene voldoet aan de overgangsmaatregelen inzake het moment van uitbetaling, opgenomen in de wet van 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen.

B. Uitbetaling bij overlijden

Indien de aangesloten werknemer vóór de pensioenleeftijd overlijdt, wordt het opgebouwde bedrag van het aanvullend pensioen uitbetaald aan de rechthebbenden(n). Op de uitbetaling bij overlijden gaan we dieper in onder punt 2.7.5.

2.7.3. De aangesloten werknemer verandert van werkgever

De volgende twee situaties kunnen zich voordoen.

  • De nieuwe werkgever valt onder het Paritair Comité 302

    Indien de nieuwe werkgever ook tot het sectoraal pensioenstelsel toegetreden is, blijft de werknemer gewoon aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel voor zover hij binnen de twee trimesters in dienst treedt van de nieuwe werkgever. De bijdragen worden betaald door de nieuwe werkgever vanaf de dag dat de werknemer bij hem in dienst treedt.

    Als de nieuwe werkgever is vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel (omdat hij een aanvullend pensioen op ondernemingsvlak heeft lopen), worden vanaf de dag van de uitdiensttreding geen bijdragen meer betaald voor het sectoraal pensioenstelsel. De werknemer wordt dan als uittreder beschouwd.

  • De nieuwe werkgever valt niet onder Paritair Comité 302

    De werknemer wordt dan als uittreder beschouwd. In dit geval worden vanaf de dag van de uitdiensttreding geen bijdragen meer betaald voor het sectoraal pensioenstelsel.

    De uitgetreden werknemer heeft 3 mogelijkheden:

    • hij kan het opgebouwde bedrag laten staan en het op de einddatum of bij overlijden ontvangen; in dit laatste geval wordt het bedrag betaald aan de rechthebbende(n).
    • hij kan het overdragen naar de pensioeninstelling van zijn nieuwe werkgever indien hij daarbij aangesloten wordt (ook indien het opgebouwde bedrag niet hoger dan € 150 is);
    • hij kan het overdragen naar een andere pensioeninstelling (ook indien het opgebouwde bedrag niet hoger dan € 150 is).

Indien de werknemer geen uitdrukkelijke keuze maakt binnen de 30 dagen, wordt hij verondersteld gekozen te hebben voor de mogelijkheid zoals vermeld in het eerste streepje.

2.7.4. Wijze van uitbetaling van het aanvullend pensioen

In principe wordt het bedrag van het aanvullend pensioen in 1 keer betaald onder de vorm van een kapitaal.

De aangeslotene kan er echter onder bepaalde voorwaarden ook voor opteren om het kapitaal om te zetten in een lijfrente. Naast de diverse wettelijke inhoudingen (zie hoger, punt 2.7.1) is hij dan jaarlijks nog wel een bedrag aan personenbelasting verschuldigd.

2.7.5. Aan wie wordt het bedrag van het aanvullend pensioen uitbetaald?

Indien de aangesloten werknemer op de pensioenleeftijd in leven is, wordt het aanvullend pensioen aan hem uitbetaald. Als de aangeslotene vóór de pensioenleeftijd overlijdt, wordt het aanvullend pensioen aan de rechthebbende(n) uitbetaald, volgens de onderstaande voorrangsorde:

  • De echtgeno(o)t(e) van de aangeslotene voor zo ver die niet gerechtelijk van tafel en bed of feitelijk gescheiden is, of die zich niet in aanleg tot scheiding van tafel en bed of echtscheiding bevindt;
  • Bij ontstentenis, de persoon die wettelijk samenwoont met de aangeslotene, behalve indien deze een bloedverwant van de aangeslotene is of indien de wettelijke samenwoning officieel beëindigd werd of indien zulke procedure lopende is;
  • Bij ontstentenis, de kinderen van de aangeslotene;
  • Bij ontstentenis, de ouders van de aangeslotene;
  • Bij ontstentenis, het financieringsfonds.

De aangesloten werknemer kan van deze volgorde afwijken door het versturen van een aangetekende brief naar het Fonds Tweede Pijler PC302. Het Fonds Tweede Pijler PC302 houdt alleen rekening met het laatst toegestuurde document.

2.8. Wat betekent de solidariteitstoezegging concreet voor de aangesloten werknemers?

Via de solidariteitstoezegging worden voor de aangesloten werknemers en hun rechthebbenden extra voordelen voorzien.

Voor alle duidelijkheid: deze voordelen gelden enkel voor de werknemer wiens werkgever onder het sectoraal pensioenstelsel valt (dus niet voor de werknemer die een eigen pensioentoezegging op ondernemingsniveau heeft).

De voordelen zijn de volgende:

  • Een bedrag van € 1250 bruto ongeacht het arbeidsregime indien de aangesloten werknemer tijdens zijn beroepsloopbaan overlijdt. Dit voordeel geldt echter niet meer als de aangesloten werknemer op het moment van overlijden de leeftijd van 65 jaar al bereikt had.
  • Wanneer de werkgever zijn pensioenbijdragen niet meer kan betalen en hij gaat failliet, zal de werknemer zijn pensioenbijdragen toch ontvangen op zijn individuele rekening, tot 1 maximum 1 maand na de faillietverklaring.
  • Een bedrag van € 150 bruto ongeacht het arbeidsregime, in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid. Belangrijk is dat een aangesloten werknemer tijdens zijn hele loopbaan slechts eenmaal deze vergoeding kan ontvangen.

2.9. Informatie naar de aangesloten werknemers toe

Ieder jaar stelt de pensioeninstelling een pensioenfiche ter beschikking van iedereen die tijdens het voorafgaande kalenderjaar een aanvullend pensioen heeft opgebouwd. Ten laatste in 2020 wordt de pensioenfiche enkel nog elektronisch consulteerbaar voor iedereen die tijdens het voorafgaande kalenderjaar een aanvullend pensioen heeft opgebouwd, al blijft wel het recht bestaan om te vragen de pensioenfiche op papier te ontvangen.

Aan de personen die tijdens het voorafgaande kalenderjaar geen aanvullend pensioen meer hebben opgebouwd wordt ieder jaar een elektronische pensioenfiche ter beschikking gesteld via mypension.be.


1We spreken over “sociaal” sectoraal pensioenstelsel omdat er ook een solidariteitsluik in voorzien is. Dit solidariteitsluik wordt behandeld onder punt 2.8.

2De uitzendkracht is niet aangesloten bij het sectoraal pensioenstelsel in de horecasector, omdat de uitzendkracht enkel een contract sluit met het uitzendkantoor (en dus niet met een werkgever in de horecasector). In de plaats van het aanvullend pensioen krijgt de uitzendkracht een toeslag op haar loon (de zogenaamde pensioenpremie).

3Met uitzondering van de leerlingen vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 worden.

4Tot 31.12.18 gebeurde de aansluiting pas vanaf de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de werknemer 23 jaar werd.

5Indien hij evenwel zijn wettelijk pensioen nog niet heeft opgenomen en in dienst blijft van de werkgever, blijft de pensioentoelage verschuldigd zolang hij in dienst blijft.

6Een uitzondering geldt voor de werknemers die vóór 01.01.16 op wettelijk pensioen gingen en vóór die datum opnieuw aan de slag gingen in de horeca : deze werknemers bouwen met hun nieuwe tewerkstelling nog wel aanvullend pensioen op.